opc_loader

Verspenen: zo ga je te werk

verspenen

Na het zaaien, wanneer de zaailingen groot genoeg zijn, kun je deze verspenen. Wat dit is en hoe je te werk gaat, leggen wij je uit.

Wat is verspenen?

Bij het verspenen verplant je de nog jonge zaailingen die je hebt voorgezaaid in een zaaitray of potje naar afzonderlijke potjes. De zaailingen, die vaak dicht op elkaar staan in de kweekkasjes of opkweekpotjes, worden dan in hun eigen potje of in de grond los van elkaar uitgeplant.

Echte bladeren

Over het algemeen kun je stellen dat je kunt gaan verspenen wanneer de zaailingen hun  twee eerste echte blaadjes hebben gekregen. Een kiemplantje krijgt eerst altijd twee kiemblaadjes, waarna de twee echte bladeren zullen volgen.

verspenen

Nut

Verspenen is erg belangrijk voor je planten. Verspeen je de zaailingen niet, dan kunnen ze zich niet goed ontwikkelen omdat ze te dicht op elkaar staan. Verspeende planten hebben wel de ruimte om flink te groeien en een goed wortelstelsel te vormen.

Hoe ga je te werk?

Verspenen is een klusje waarbij je uiterst voorzichtig te werk moet gaan. De zaailingen zijn immers nog heel kwetsbaar. Om de zaailingen voorzichtig uit de aarde te krijgen en de wortels zo min mogelijk te beschadigen, kun je met een vork de grond eerst een beetje los woelen. Pak de zaailingen nooit bij het stengeltje of de wortels vast, maar altijd bij de blaadjes. Dan is de kans op beschadigingen zo klein mogelijk.

In het nieuwe potje maak je met een potlood of verspeenstokje een gaatje. Plaats de worteltjes van de zaailing voorzichtig in het gaatje en let er hierbij op dat deze netjes, recht naar beneden gaan. Zet de zaailing ook altijd wat dieper dan hij in het kweekpotje of de zaaitray stond.

Druk de aarde voorzichtig, maar goed aan en geef vervolgens water. Hoe je precies water geeft, lees je hier. De aarde moet goed vochtig zijn, maar mag niet te nat zijn, dan kan de zaailing namelijk gaan rotten.

Wel of niet verspenen?

Niet iedere groente is geschikt om te verspenen. Er zijn enkele groenten die je beter direct op hun definitieve plek kunt zaaien. Voorbeelden hiervan zijn wortel, radijsjes en pastinaak. Deze vormen een penwortel die bij het verplanten makkelijk kan beschadigen.  

Je kunt er ook voor kiezen om te zaaien in een opkweekpotje. Deze zijn er in biologisch afbreekbare varianten wat heel handig is; je kunt de plant met potje en al in de grond planten, het potje lost dan vanzelf op. Omdat je de plant niet uit de pot hoeft te halen, is er minder kans dat de wortels bij het uitplanten beschadigen.  


Verzorging

Heb je binnen voorgezaaid en opgekweekt en wil je de plantjes op een gegeven moment buiten in de vollegrond uitplanten? Laat ze dan eerst wennen aan de koudere buitentemperatuur door ze af te harden. Hoe je moet afharden, lees je hier.

Terug